Jan Jonker, hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, las de troonrede voor tijdens Duurzame Dinsdag 2020. Hieronder lees je de samenvatting van de troonrede door Trouw.

De gehele troonrede kun je hier downloaden.
 

Duurzame troonrede 2020 Jan Jonker

Geachte dames en heren,

De afgelopen maanden laten zich kenmerken door grote onzekerheid, onrust en

verdriet. Met ongekende maatregelen heeft de overheid geprobeerd om de aard

en impact van de COVID-19-pandemie te beteugelen. Ondanks alle pijn, zorg en verdriet is onze samenleving in staat gebleken zich min of meer van de ene op de andere dag te transformeren van een ‘maatschappij-as-usual’ naar een gericht op brede rampbestrijding.

Naast kwetsbaarheid laat de crisis ook zien hoe ongelofelijk afhankelijk we van

elkaar zijn. Voeg daaraan toe de al eerder spelende kwesties als ecologische uitholling,

structurele vervuiling en onacceptabele sociale ongelijkheid en het wordt helder

dat we onverbiddelijk een aantal weeffouten in onze samenleving hebben.

Hoe zouden we dit, nu we opnieuw keuzes kunnen maken, anders aanpakken?

Hoe nu verder? Moeten we de welvaart anders verdelen, zodat niemand in

Nederland buiten hoeft te slapen? Moeten cruciale beroepen naast applaus ook

structureel meer ondersteuning en zekerheid krijgen?

Wat gaan we doen met de miljarden aan staatssteun: oude zekerheden

terughalen? Zouden we bedrijven niet veel scherper moeten beoordelen op de echte toegevoegde waarde die ze hebben voor de samenleving? We staan misschien wel ongewild op een kruispunt, een cruciaal keuzemoment. De pandemie is, hoe pijnlijk ook, misschien wel een ‘blessing in disguise’.

In tijden van crises kan in korte tijd een nieuwe basis voor de toekomst gecreëerd

worden. Laten we dat moment vooral niet onbenut voorbij laten gaan door routineus

terug te keren tot de economie die we al hadden. Laten we een nieuwe route kiezen op weg naar een economie waarin onze prachtige planeet en moedige mensen gezond en

houdbaar samen kunnen leven.

Wij leven in een in-en-in georganiseerde maatschappij. Die is in de afgelopen decennia

versmald tot denken in termen van markten, rendement en efficiëntie. Misschien

daarom wel vier miljard euro voor de KLM, en applaus, bedankkaartjes en

een koekje voor de mensen in de zorg. De pandemie laat zien dat we naast het denken in markten ook, weer het ‘menszijn’, het er voor elkaar zijn, waarderen en daarin willen investeren.

Het geeft aan dat we de maatschappij willen organiseren rond meerdere waarden, niet alleen die van de markt, zodanig dat de weerbaarheid en de veerkracht van de samenleving vergroot. Weerbaar betekent collectief werken aan duurzaamheid. Veerkracht is het vermogen om te gaan met tegenslag en daar mogelijk sterker uit te komen.

Ons collectieve economische denken laat zich typeren als marktgedreven, niet

alleen waar het sec om ‘de’ economie gaat, maar op alle mogelijke terreinen

zoals onderwijs, gezondheidszorg of natuur. Het is een economie die gebaseerd is op op kopen en weggooien als hoogst bereikbare vorm van menselijk geluk. Een economie die in een steeds hoger tempo inteert op de reserves van de aarde. Zo is het tempo waarin nu diersoorten uitsterven even hoog als in de tijd dat dinosauriërs verdwenen. We gaan uit naam van de economie de natuur met een kettingzaag te lijf. Als we de verdere ontwikkeling van deze tragedie niet stoppen, krijgt de biodiversiteit zo’n klap dat onze planeet onleefbaar wordt. De onverbiddelijke en onvermijdelijke conclusie is dat het axioma van een zuiver op rendement gericht marktdenken anno 2020 achterhaald is. We moeten onze obsessie met economische groei loslaten. We dienen onze economieën te gaan beheren op een manier die ons klimaat en onze natuurlijke hulpbronnen beschermt, ook al betekent dit minder, geen of zelfs negatieve groei. Het is daarbij ronduit naïef te denken dat we alleen op technologie kunnen vertrouwen om existentiële problemen, zoals klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en vervuiling, op te lossen. Onze levensstijl gebaseerd op overvloed ten koste van anderen, sociaal en ecologisch, moet veranderen. We hebben niets aan materiële welvaart als deze ten koste gaat van welzijn,

ecologie en sociale inclusie. We moeten ons opnieuw organiseren.

De gemeenschap zou in een nieuw model centraal moeten staan, niet het individu. De recente crisis heeft laten zien dat we in staat zijn tot snelle en radicale aanpassingen in beleid. En dat het gaat om meer en andere waarden dan puur financiële. De waarden die ertoe doen, moeten we centraal stellen zodat we zorgen voor sociale, ecologische

en economische duurzaamheid.

Dat is niet gemakkelijk. We zeggen nu ook al voortdurend plechtig in talloze rapporten

wat we van belang vinden. Die afwegingen zijn echter niet leidend voor het feitelijke doen en laten van organisaties. Met de beste wil van de wereld leiden daarom de huidige duurzaamheidsinspanningen van organisaties meestal niet veel verder dan een marginaal

en niet optimaal resultaat. Het creëren van duurzaamheid moet een collectieve opgave zijn, net zoals het bestrijden van een pandemie.

Dat betekent dat organisaties veel meer moeten gaan samenwerken. Verandering komt immers alleen tot stand op basis van nieuwe vormen van samenwerking,

nieuwe afspraken en nieuwe regels tussen burgers, bedrijven en

overheid. Een doortastende overheid – zonder dat sprake is van totalitair doorschieten – is nodig om maatregelen die we als burger willen maar als consument niet toejuichen,

door te voeren. Recent heeft de overheid laten zien dat ook te kunnen.

Het streven naar brede welvaart en biodiversiteit zou in alle beleid centraal moeten staan. Om naar een volhoudbare, veerkrachtige samenleving te gaan, zijn de komende tien jaar zeven breekijzers nodig,

Verschuif de lasten van arbeid naar het gebruik van grondstof en uitstoot en bouw de fiscale voordelen van de fossiele industrie af

Neem de waarde van ecologisch en sociaal kapitaal mee bij economische beslissingen

Werk toe naar echte prijzen die alle kosten meenemen, zoals CO₂-uitstoot, stikstof, vervuiling of leefbaar loon

Geef meer ruimte voor organisatievormen van burgers en bedrijven samen, bijvoorbeeld voor het beheer van grond en andere ‘commons’

Maak producenten verantwoordelijk voor de gehele levenscyclus van hun product

Belast vermogen in plaats van arbeid en verklein economische ongelijkheid

Investeer in het stoppen van bedrijven die niet bijdragen aan maatschappelijke waarden door beprijzen en belasten gecombineerd met wet- en regelgeving

Als we het slim aanpakken gaat duurzaamheid niet over minder maar over meer: meer comfort, meer gezondheid, meer schone lucht, meer creativiteit en vakmanschap, meer kwaliteit, en meer gelijkheid. Er zullen onvermijdelijk mensen hun baan verliezen. Maar er ontstaan in nieuwe sectoren andere banen.

Het gevaar ligt op de loer dat het verlangen naar het oude weleens sterker

zou kunnen zijn dan de waardering voor het nieuwe, dat immers tijd, onzekerheid en

geld kost. Maar daar moeten we ons noiet door laten afschrikken. Elke politieke partij die in de komende verkiezingen het streven naar duurzaamheid, biodiversiteit en circulariteit niet tot haar speerpunt verheft, moet gemeden worden. Het axioma dat we eerst de economie op orde moeten hebben en dan kunnen werken aan duurzaamheid is gevaarlijk en misleidend en zet ons alleen maar op achterstand.

Een stabiel nationaal transitieplan – zoals we dat ook al hebben voor dijken –

geldend voor een heel decennium zou een krachtig uitgangspunt bieden. Daarbij moeten we ons wel de kans geven ook fouten te maken. Want om effectief om te gaan met de veranderingen moeten we misschien wel leren om de maakbaarheid van de maatschappij met meer bescheidenheid tegemoet te treden. Wat we gaandeweg moeten doen, leidt tot een proces van prutsen en proberen, met vallen en opstaan.

Bij dat alles geldt dat wij mensen passanten zijn op deze aarde. De aarde moeten

we met de grootst mogelijke zorg koesteren, restaureren en beheren, zodanig

dat de generaties na ons kunnen leven en liefhebben.

Dank u

Jan Jonker
Hoogleraar Radboud Universiteit Nijmegen
1 september 2020