Geachte Dames en Heren,
Het is voor mij een grote eer om deze duurzame ‘troonrede’ te mogen uitspreken.
Als ecoloog en ondernemer zal ik het vandaag niet zo zeer hebben over klimaatverandering of duurzame technologieën, maar over wat ik de kern van duurzaamheid noem: het herstel van onze relatie tot de natuur, in relatie tot de ecosystemen.
En concreet: over het aanpakken van ecosysteemdegradatie als De Belangrijkste Taak van de mensheid in deze eeuw.
Want gezonde ecosystemen zijn de basis van ons bestaan. We zijn van ze afhankelijk voor ons voedsel, water, schone lucht en stabiel klimaat. Maar ook voor onze sociale en economische rijkdom, en ook voor ons geluk en welzijn. Er is vrijwel geen enkel publiek bediscussieerd onderwerp wat niet direct of indirect met ecosystemen, verbonden is.
Met andere woorden het is onmogelijk om zinvol over het uitsterven van soorten, extreme droogte, overstromingen, armoede, veiligheid en vluchtelingen – te praten, zonder dat we het hebben over de werking van ecosystemen.
Samengevat levert de aantasting van ecosystemen vier velden van verlies op:
Ecologisch herstel is dan ook een cruciale stap in het tegengaan van deze uitdagingen.
Maar hoe doen we dat?
Als Nederlands wereldburger heb ik de kans gekregen om verbindingen te leggen tussen mijn vak, de ‘ecologie’ en dat wat het mogelijk heeft gemaakt mij te ontwikkelen als mens dankzij de rijkdom van ons land: door onze sterke economie. Ecologie en Economie. Beiden komen van “Oikos”. Het Griekse woord voor huis, aarde. En zoals je ecologie kan samenvatten als de ‘kennis van het huis’, onze Aarde, zo zou je economie kunnen samenvatten als de kennis van ons ‘huishoudboekje’. Helaas zijn beiden, eeuwen geleden, geheel uit elkaar gegroeid.
We hebben de afgelopen eeuw met een enorme vaart vooral financieel kapitaal gecreëerd ten koste van sociaal en natuurlijk kapitaal. Dit heeft geleid tot overexploitatie (overshoot), waarbij we sinds de jaren 80 van de vorige eeuw mondiaal zijn gaan interen op ons natuurlijk kapitaal.
Dankzij de nadruk op klimaatverandering begint daar nu meer aandacht voor te komen. Een prachtige ontwikkeling, die leidde tot een klimaatakkoord in 2015 waarin voor het eerst bossen en ecosystemen werden genoemd als oplossing voor natuurlijke CO2 opvang.
Jammer genoeg ontbreekt er – door de dominantie van de technologie in het klimaatdebat, zoals de aandacht voor louter technische oplossingen als elektrische auto’s en energie projecten – een breder holistisch kader waardoor veel mensen de weg zijn kwijt geraakt.
En daar is nu precies een belangrijke rol weggelegd voor de ecologie om zijn nut aan de samenleving te bewijzen.
De ecologie is een op systeemdenken gebaseerde, complexe wetenschap, waarbij het gaat over de relaties tussen soorten onderling en hun omgeving.
Het lukt ons, ecologen, onvoldoende gelukt om de samenhang der dingen goed uit te leggen. En dat zie je terug in de verwarrende discussies over de toekomst van ons landschap, gedoe tussen natuurbeschermers en boeren of vissers, het slepende debat over de Oostvaardersplassen of het ontbreken van een serieuze agenda voor CO2-opvang door natuur. Ook in het onderwijs krijgt systeemdenken en ecologie te weinig aandacht. Onlangs nog vroeg een student bedrijfskunde me of er een relatie was tussen planten en klimaatverandering. Het idee dat ecologie en fotosynthese enorm konden bijdragen was een ‘eye-opener’ voor hem.
In het duurzaamheidsdebat hebben we – het op het geheel gerichte denken – nu harder nodig dan ooit te voren.
En de ecologie helpt daarbij omdat het ons dwingt niet alleen naar de afzonderlijke deelsystemen te kijken maar vooral ook naar de manier waarop zij wisselwerking vertonen en naar hun plaats in het geheel. Wij moeten leren uit en in te zoomen.
In de afgelopen decennia heb ik de natuur met enorme snelheid zien aftakelen. Tijdens vluchten over de regenwouden van Zuid-Amerika zag ik hoe het bos onder me op schrikbarende wijze verdween. Het oerwoud veranderde in een ‘visgraatlandschap’ waarin een aangelegde weg steeds meer ‘aftakkingen’ kreeg en ruim baan gaf aan houtkap, mijnbouw, oliewinning en tenslotte de aanleg van enorme landbouwgebieden voor bijvoorbeeld soja, oliepalm en mais. Miljoenen hectares met een enorme verscheidenheid aan flora en fauna, zag ik veranderden in groene woestijnen, en daarna in kale, door de mens gecreëerde gebieden waar wind en water vrij spel kregen. En dan heb ik het nog niet eens over de tragiek van de indiaanse bevolking. Het is een proces dat gewoon door gaat. Vorige maand nog probeerde de Braziliaanse president een beschermd regenwoudgebied groter dan Nederland vrij te geven voor mijnbouw om nieuwe investeringen aan te trekken.
Volgens het World Resources Institute is nu meer dan 2 miljard hectare van onze landschappen gedegradeerd, een gebied zo groot als de Verenigde Staten en China samen. Gedegradeerd wil hier zeggen dat door ontbossing, overbegrazing en erosie de direct voor de mens belangrijke ecologische functies als voedselproductie, water, en de algemene leefbaarheid in gevaar komen.
Ecosysteemdegradatie is de echte mondiale crisis waar we mee worden geconfronteerd en dat raakt diep aan ons bestaan.
It is the Next Big Thing!
En dat is geen nieuws. Sinds het rapport Limits to Growth van de Club van Rome in 1972 (sic!) weten we al dat onze economie steeds meer gebouwd is op het drijfzand van het uitbuiten van natuur en landschap. Het is sindsdien in tal van publicaties opnieuw bevestigd. Nieuw is dat de boodschap nu echt begint door te dringen bij bedrijven en overheden. Met dank aan de klimaatverandering.
In het kader van het VN rapport Global Land Outlook dat volgende week op de ‘Conference of the Parties’, de CoP13 van het Verwoestijningsverdrag in China wordt gepresenteerd, meldde het Plan Bureau van de Leefomgeving dat de kwaliteit van het land afneemt door degradatie, terwijl de vraag naar vruchtbaar land snel toeneemt. Dit is vooral zichtbaar in landen met een watercrisis en hoge bevolkingsdruk, zoals rondom de Middellandse Zee, het Midden-Oosten, Afrika en Zuid-Azië. De verwachting is dat door de toenemende bevolking, welvaart en gezondheidszorg, de vraag naar voedsel, water en biobrandstof enorm zal toenemen. En zo, ik citeer het PBL: ‘deze achteruitgang kan onvoldoende worden opgevangen door technologie en kunstmest’. Al eerder liet de G8 studie TEEB1, de afkorting van ‘The Economics on Ecosystems and Biodiversity’ zien dat de huidige vorm van landbouw verantwoordelijk is voor 70% van al het biodiversiteitsverlies. De belangrijkste oorzaak van landschapsdegradatie.
Dat de landbouw een grote rol speelt bij degradatie en klimaatverandering wisten we al langer: in Nederland draagt de landbouw voor bijna 20% bij aan de totale Nederlandse emissies van broeikasgassen. Bijvoorbeeld, door verdroging van de veenweidegebieden zorgen deze voor 2 tot 3 % van de Nederlandse CO2 uitstoot. Dat lijkt niet zoveel, maar deze ‘natuurlijke’ CO2-
emissie komt wel overeen met die van ongeveer twee miljoen personenauto’s, ofwel ruim 20% van alle personenauto’s in Nederland.
Als we het bestaande landbouwmodel niet aanpassen wordt dat alleen maar meer!
En dat geldt niet alleen voor Nederland.
In de landbouw zullen we dan ook – samen met boeren – de oplossing moeten zoeken in de combinatie van herstel van biodiversiteit, de opvang van CO2 in de bodem, intensivering en deels extensivering, nieuwe of juist oude rassen. En in de technologie.
Want, een gezonde economie hangt af van gezonde ecosystemen.
Het besef dat natuur zoals bijvoorbeeld wetlands en mangroves enorm veel waard zijn, werd duidelijk bij de tsunami in Zuidoost-Azië eind 2004, de overstromingen in India, en de orkanen Katrina en Sandy in de Verenigde Staten. Het is triest te zien dat met de orkaan Harvey in Texas weinig is veranderd, mede dankzij de visie van de Verenigde Staten om het achteraf gewoon weer op te bouwen. Naast het menselijk drama, is de economische schade die ontstond door het weghalen van natuurlijke buffers als wetlands enorm. Voor Harvey wordt dat nu geschat op meer dan 150 miljard dollar en dat zal naar verwachting nog oplopen.
Op basis van zeer conservatieve schattingen heeft TEEB berekend dat het verlies aan mondiale natuur de samenleving in 2008 zo’n 72 biljoen dollar kostte. Dat komt vrijwel overeen met wat er in datzelfde jaar wereldwijd werd verdiend, het bruto mondiale product was 76 biljoen dollar. In datzelfde jaar werd er aan natuurbehoud en -herstel door overheden, ngo’s en bedrijven slechts 21 miljard dollar uitgegeven. Een doekje tegen het bloeden.
Het is tijd dat we grootschalig gaan terug te geven aan de natuur.
Gelukkig gloort er hoop aan de horizon.
Steeds meer mensen kijken naar het grotere geheel en zien in dat de huidige problemen onderling sterk samenhangen. Verschraling van de bodems, de vluchtelingenstromen, economische stagnatie, bevolkingsgroei, toenemende arm-rijk verhoudingen en geopolitieke spanningen. Alles hangt met elkaar te maken. De tijd is rijp om duurzaamheid te bezien vanuit een holistische aanpak die gebaseerd is op systeemdenken. En om de ecosysteemcrisis te zien als een kans, vanuit een nieuwe economie met een lange-termijn benadering en op een schaal die we als mensheid niet eerder hebben gezien.
Ik pleit dan ook voor, wat ik hier zal noemen, de ‘restauratie economie’.
Dat wil zeggen, een economie die niet zoals nu ietsje minder slecht is, maar waarin het herstel van ecologische functies centraal staat.
Een Circulaire Economie PLUS, dus.
Het kenmerk van deze restauratie economie is dat kennis, ervaring en belangen worden samen gebracht, gericht op winstrealisatie met herstel van ecologische functies. Denk aan het bouwen met natuur, het aanplanten van bomen of herstellen van wetlands door verzekeringsmaatschappijen (denk aan Harvey), regeneratieve of natuur-inclusieve landbouw, het inplannen en opschalen van beschermde gebieden met ecologische verbindingszones als
‘veiligheidsbuffers’, het uit de oceanen halen van plastics, en op kleinere schaal het met planten bedekken van daken en creëren van groen in de stad, en ga zo maar door.
Een tweede kenmerk is dat de verschillende partijen die bij elkaar komen vanuit hun lokale situatie het grotere geheel leren zien. Ik noem dat uitzoomen naar het grotere geheel en weer inzoomen om de lokale actie in perspectief te kunnen plaatsen.
Dat vraagt ook een andere vorm van leiderschap, gebaseerd op de lange termijn en collectiviteit.
Het is fascinerend om te zien dat deze restauratie economie al plaats vindt en nieuwe verdienmodellen worden ontwikkeld, soms door landen uit noodzaak, vaker nog door individuele acties. In het Loess-plateau in Centraal-China bijvoorbeeld, is door massale boomaanplant en erosiebestrijding binnen 20 jaar een gebied ter grootte van België zodanig hersteld dat de landbouwinkomsten zijn verdriedubbeld met andere producten zoals appels en de levensomstandigheden van 2,5 miljoen mensen significant zijn verbeterd. Soortgelijke ontwikkelingen zien we in India, Ethiopië en Rwanda.
Ook inspirerend is het Egyptische bedrijf Sekem dat in 40 jaar vanuit een kaal woestijnlandschap een bloeiend landbouwbedrijf heeft uitgebouwd, waarin werknemers toegang krijgen tot een onderwijs en medische en sociale voorzieningen.
In Java zijn door kap van mangroves en bodemdaling delen van de kust teruggeslagen. Traditionele, harde ingenieursoplossingen zoals golfbrekers en kribben werkten niet. Een Nederlands-Indonesisch samenwerkingsverband – ECOSHAPE – is met het ‘Building with Nature’ principe, de kustlijn aan het herstellen, onder andere door de aanplant van mangroves waardoor ook de vispopulatie zal toenemen.
Ook in Nederland zijn zulke initiatieven te vinden.
Circulair Friesland probeert de onder productiedruk lijdende weidegebieden waar de biodiversiteit is verdwenen, de ‘groene woestijnen’ weer soortenrijker en daarmee veerkrachtiger, landschappelijk mooier en tevens productiever te maken door een mix van verschillende business activiteiten en lange termijn beleid.
In Zuid-Holland is het initiatief ‘Groene Cirkels’ ontstaan waarbij bedrijven, burgers en lokale overheden samenwerken om problemen in het landschap op te lossen. Zo wordt waterberging gecombineerd met melkveehouderij en biodiversiteit, en worden bijenlandschappen aangelegd rond bedrijventerreinen.
Ook in de financiële sector is veel gaande. De impact fondsen nemen in aantal toe en behalen steeds betere rendementen. Ook hier wordt vaker gesproken over een systemische verantwoordelijkheid. Met name jonge mensen onder de 35 jaar, de millennials, die niet geassocieerd willen worden met investeringen die slecht zijn voor de aarde, vormen hier een drijvende kracht achter.
De eerste investeringsfondsen voor ecosysteemherstel worden nu ontwikkeld, zoals het ‘Land Degradation Neutrality Fund’ dat de komende maand wordt gelanceerd onder de vlag van Verenigde Naties.
Het zijn de eerste hoopvolle stappen in de transitie van een degradatie economie naar een restauratie economie, die toekomst bestendig is.
Alleen, het moet sneller en grootschaliger.
De vele gesprekken met boeren, impact investeerders en CEO’s heeft mijn de hoop gegeven dat de restauratie economie zich gaat ontwikkelen op een wereldwijd ongekende schaal.
De kennis is er, het geld ook en de wil ontwaakt.
Het maakt bij velen een diep verlangen wakker waarbij mensen inzien dat de natuur ons een spiegel voorhoudt. Of zoals een Indiase boer me ooit vertelde toen ik hem vroeg waarom zijn land er zo goed bij stond in vergelijking met de kale vlaktes van zijn collega’s: ‘when I realised that restoring my soil was restoring my soul, I started doing agriculture in a different way’.
Om herstel op schaal mogelijk te maken zijn lange-termijn partnerships essentieel. Een faciliterende, neutrale partij die de belangen van de vele betrokkenen overstijgt – in en uit te zoomen – is dan noodzakelijk.
En juist hierin zie ik voor Nederland een unieke rol weggelegd.
Nederland kan voor de restauratie economie toon- en richtinggevend zijn. Daarvoor is een integrale systeembenadering nodig van onze kernkwaliteiten op het gebied van ecologie, watermanagement, landbouw- en voedselproductie. Dat waarde toevoegt op de pijlers die ik ‘4 returns’ heb genoemd. Want, zoals de aantasting van ecosystemen vier verliezen oplevert, zal ecosysteemherstel de inspiratie en bezieling terugbrengen door de ontwikkeling van nieuwe toekomstmogelijkheden.
Deze aanpak herstelt niet alleen de ecologie van het land, maar revitaliseert ook de gemeenschap en de lokale economie. Zo’n landschapsherstelplan op basis van duurzame business cases zet de eerdergenoemde vier punten van verlies om in 4 ‘returns’, oftewel vier opbrengsten: die van terugkeer van
inspiratie en zingeving – je zou het ‘conscious capital’ kunnen noemen, dat zich in dienst stelt van mens en aarde – sociaal kapitaal, natuurlijk kapitaal en duurzaam financieel kapitaal.
En dit is nu gaande.
Steeds meer impact investeerders en filantropen zetten financieel kapitaal in voor het creëren van natuurlijk en sociaal kapitaal. Als dat op een goede manier gebeurt is er vanzelf ook financieel rendement.
Om de miljarden hectares gedegradeerde grond te herstellen hebben we ook een politiek-economisch offensief nodig dat de restauratie economie agendeert. Zo’n agenda creëert hoop, en waar hoop is komt vanzelf weer ondernemerschap en investeerders. Ik daag u graag uit met een aantal concrete voorstellen:
Wij moeten onze aarde, ons ‘life support system’ herstellen, en als ondernemers, journalisten, wetenschappers, politici en burgers dit Grote Verhaal vertellen. En vooral luisteren naar problemen van de degenen die verbonden zijn aan het land en water: de boeren, de vissers, de lokale ondernemers in het buitengebied. Zij hebben vaak de antwoorden die niet werden gehoord, en zijn gereduceerd tot producent ten koste van hun rol als rentmeester. Ik denk daarbij aan de woorden van een Franse boerin, die zei: een goed product is een keten van respect.
Technologie zal ons daarin zeker helpen, maar het gaat ons niet redden. Dat moeten we zelf doen, omdat de echte oplossing besloten ligt in de erkenning van onze eigen verantwoordelijkheid en inbreng, of zoals de Amerikaanse auteur Richard Heinberg het verwoordt:
Machines won’t make the key choices that will set us on a sustainable path. Systemic change driven by moral awakening: it’s not just our last hope; it’s the only real hope we’ve ever had.
Laten we met dat inzicht massaal aan de slag gaan om de natuur te herstellen met het ontwikkelen van nieuwe business cases.
Gewoon uit eigen belang.
Wij hebben geen tijd te verliezen. Ik dank u voor uw aandacht.