Ik heb een idee ingediend bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat over een Zuiderzeespoorweg. Het idee van een hogesnelheidstrein heb ik verworpen omdat de stations gemiddeld 30 km uit elkaar liggen. Voor een hogesnelheidstrein heb je lange trajecten nodig. Je gaat ook niet met een Concorde tussen Heathrow en Schiphol vliegen. De extra energiekosten worden te zwaarwegend vergeleken met de totaal benodigde energie voor de reis, en de tijdwinst wordt te onbelangrijk vergeleken met de wachttijden. Maar een Zuiderzeespoorweg gaat door een gebied dat zich uitstekend leent voor het opwekken en opslaan van wind- en zonne-energie. Als je een trein maakt die licht, laag en gestroomlijnd is, en je hebt een bassin in het IJsselmeer van 2 bij 2 km, met op de dijk eromheen waterpompende windturbines en zonnecollectors die waterpompen van stroom voorzien, dan kun je de trein laten lopen op vernieuwbare energie. Dan heb je 13 dagen reserve als er helemaal geen wind en geen zon is. Dan kun je meestal goed regelbare, hoogwaardige energie aan de elektriciteitsmaatschappij terugleveren, datgene wat je overhebt in de zomer. Dan heb je kans dat de toeristen niet alleen maar naar de Deltawerken komen kijken, maar ook naar de Zuiderzeespoorweg en de energieopwekking daarvan. Nadere uitwerking van dit idee heb ik gestuurd ( omstreeks 23-8-2004 en 16-1-2005 ) aan het Directoraat-generaal Personenvervoer, Ir. J.. M. Fukken en dhr. G. Warmenhoven. |